Definitie
Autisme is de verkorte benaming voor een Autisme Spectrum Stoornis (ASS). Hoewel het woord ‘stoornis’ in de naam zit, wordt het steeds meer aangenomen dat mensen met autisme informatie anders, maar niet verkeerd, verwerken. Prikkels als licht, geluid, geur, smaak, maar ook beweging en emoties worden op een andere manier ervaren. Prikkels kunnen sterker of juist zwakker bij iemand binnenkomen, waardoor het voor kan komen dat relevante informatie wordt gemist of irrelevante informatie wordt versterkt.
Het functioneren van mensen met autisme wordt niet meer van elkaar onderscheiden door aparte diagnoses (zoals Asperger en PPD-NOS). Als je meer wilt weten over waarom de oude subdiagnoses niet meer gebruikt worden, lees dan hier het volledige artikel.
Als alternatief voor de subdiagnoses, wordt er nu gekeken naar de mate van ondersteuning die iemand nodig heeft bij het dagelijks functioneren. Zo heb je mensen met hoge ondersteuningsbehoeften doordat ze non-verbaal zijn of niet zelfstandig hun huishouden kunnen organiseren. De mate van ondersteuningsbehoefte kan door een leven veranderen en biedt daardoor meer ruimte voor ontwikkeling dan het diagnostisch onderscheid dat eerder werd gemaakt.
Sociale interacties
Het meest bekende kenmerk van autisme is het anders omgaan met sociale interacties. Het is voor mensen met autisme vaak lastig om gesprekken te voeren over koetjes en kalfjes. Waar neurotypische mensen dit soort gesprekken gebruiken om met anderen te verbinden, zorgen deze gesprekken bij ons vaak voor stress. Dit soort gesprekken hebben een sociale en geen inhoudelijke functie, wat lastig is voor brein die inhoudelijk georiënteerd zijn.
Verder hebben mensen met autisme vaak moeite met oogcontact. Wat in onze westerse maatschappij gezien wordt als beleefd, levert een hoop onrust op al je jezelf ertoe moet zetten om oogcontact te maken. Daarnaast zijn er veel onuitgesproken regels over dit oogcontact. Het mag niet te lang, maar ook niet te kort zijn. Sommige autistische mensen compenseren hiervoor door te tellen tijdens het oogcontact en weg te kijken zodra ze het beoogde aantal tellen bereiken.
Ook het vermogen om sarcasme te begrijpen wordt vaak gezien als een indicatie voor autisme. Mensen met autisme zouden taal te letterlijk nemen en daardoor de onderliggende boodschap van sarcasme niet begrijpen. Toch zijn er ook een hoop mensen met autisme die sarcasme wel begrijpen en er (met veel plezier) aan meedoen.
Tenslotte wordt een gebrek aan empathie vaak gezien als eigenschap van autisme. De laatste jaren wordt deze eigenschap steeds meer toegeschreven aan alexithymie, wat vaak voorkomt bij autisme. Veel mensen met autisme kunnen juist heel goed met een ander meevoelen. De manier waarop dit tot uiting komt kan wel verschillen. Het meevoelen kan kan zo intens zijn, dat er nog weinig ruimte overblijft om de ander te troosten of bemoedigend toe te kunnen spreken.
Mentale flexibiliteit
Mentale flexibiliteit is een breed begrip en kan er heel verschillend uitzien. Bij de een uit dit zich in het hechten aan vaste routines en een ander wordt niet graag verrast. Wanneer situaties anders lopen dan verwacht, kost het iemand met autisme vaak meer tijd en moeite om te schakelen naar een alternatief plan.
Interesses
Mensen met autisme hebben vaak een monotropisch brein. Dit betekent dat je heel sterk kunt focussen op één ding tegelijkertijd. Dit kan het lastig maken om tussen taken te schakelen of je aandacht te verdelen. Wanneer de situatie het toelaat, kun je terechtkomen in een zogenaamde hyperfocus. Mensen met autisme hebben vaak een selectief aantal onderwerpen waar zij sterk in geïnteresseerd zijn. Door ons vermogen te hyperfocussen kunnen we in korte tijd een hoop informatie verzamelen.
Detailgerichtheid
Detailgerichtheid maakt je zorgvuldig en oplettend. Autistische mensen kijken vaak vanuit de details naar het geheel, terwijl neurotypische mensen juist vanuit het geheel naar de details kijken. Dit verschil lijkt misschien niet zo groot, maar het zorgt ervoor dat het lastig kan zijn om hoofd- van bijzaken te onderscheiden.
Vrouwen met autisme
Vrouwen met autisme worden gemiddeld veel later in het leven gediagnosticeerd dan mannen. Een van de oorzaken is te vinden in dat er van meisjes verwacht zich sociaal en flexibel op te stellen dan van jongens. Meisjes met autisme wordt (on)bewust geleerd hoe zij hun autistische eigenschappen kunnen maskeren. Het wordt vaak pas duidelijk dat er autisme speelt wanneer (sociale) situaties op werk of school te veel van iemands mentale en fysieke gezondheid gaan vragen. Dit wordt een autistische burnout genoemd. Ook worden veel vrouwen gediagnostiseerd op het moment dat er diagnostiek wordt verricht bij diens kinderen.
Diagnostiek
Is de omschrijving van autisme voor jou herkenbaar, dan kan het zinvol zijn om diagnostiek te overwegen. Instanties als scholen, bedrijven en de overheid zijn verplicht om hun diensten toegankelijk te maken voor mensen met een beperking. Autisme is een beperking doordat we in het dagelijks leven worden blootgesteld aan omgevingen en situaties die ons functioneren beperken.
Diagnostiek kan helpen om (financiële) ondersteuning aan te vragen of opgenomen te worden in het doelgroepenregister. Ook voor het verkrijgen van medicatie, is diagnostiek in veel gevallen noodzakelijk. Alleen jij kunt de afweging maken of diagnostiek voor jou meerwaarde heeft. Voordelen van diagnostiek als zelfacceptatie en het vinden van andere mensen met autisme, kun je ook behalen via zelfdiagnostiek.
Zelfdiagnostiek
Diagnostiek is niet voor iedereen wenselijk of haalbaar. De wachtlijsten zijn lang en het proces zelf wordt niet door iedereen als prettig ervaren. Hieruit is er een beweging ontstaan van mensen die zich sterk herkennen in de diagnostiek en aan hebben genomen dat zij autisme hebben. Binnen de autistische gemeenschap verschillen de meningen over zelfdiagnostiek.
Wat door veel autistische mensen als belangrijkste argument tegen zelfdiagnostiek wordt gegeven is het risico tot bagatellisering. Iedereen heeft autistische kenmerken, doordat autisme bestaat uit een samenvoeging van menselijke eigenschappen. Je krijgt echter pas een autismediagnose als je meerdere eigenschappen bezit en op dagelijkse basis hinder ondervindt van jouw autistische kenmerken. Mensen die zeggen dat "iedereen wel een beetje autistisch is", doen daarmee de ervaringen van autistische mensen enorm tekort.
Mensen zich na goed onderzoek blijven herkennen in de omschrijving van autisme, mogen zichzelf wat mij betreft autistisch noemen. Er zijn nog geen manieren om zonder diagnostisch traject een autismediagnose te verkrijgen. Wel wordt de AQ (Autismespectrumquotiënt) vragenlijst gezien als de beste indicatie voor een autismediagnose. Deze vragenlijst kun je hier invullen.
Ik ben ervaringsdeskundige autisme en ADHD en combineer mijn eigen ervaringen met kennis uit de wetenschap. Door mijn kennis en ervaring te delen hoop ik anderen te helpen bij het zoeken naar wat voor hen werkt.
Wil je meer weten over de dagelijkse realiteit van mijn leven met autisme en ADHD? Ik schrijf iedere week een korte mail waarin ik mijn uitdagingen, overwinningen en oplossingen deel. Meelezen? Schrijf je hier in!

